De lichtmasten van ADO gevoed door accu’s = toekomst van het elektriciteitsnet

940
Station ADO Den Haag by night

Ruim tachtig lampen beschijnen de grasmat als ADO Den Haag ’s avonds een thuiswedstrijd speelt in het Cars Jeans Stadion. Dat is al zo sinds het stadion in 2007 werd opgeleverd, dat was al zo in het roemruchte Zuiderpark. En dat zal ook volgend jaar zo zijn. Met een verschil: de lichtmasten zullen dan aangesloten zijn op accu en niet op het elektriciteitsnet.
Die accu’s zijn manshoog en staan opgeslagen in zeecontainers. ADO huurt ze, leverancier Scholt Energy regelt dat ze opgeladen zijn. Opladen duurt tien minuten. Maar waarom zou de voetbalclub dat doen?

Dat heeft te maken met de energietransitie. Door steeds meer windturbines, zonnepanelen en biomassa is er ook steeds meer energie. Is er veel stroom en weinig vraag, dan zal de prijs laag zijn. Dan is het goedkoop om de batterij op te laden. Op de avond dat ADO thuis speelt, loopt de batterij langzaam leeg.
Maar op een windstille en bewolkte winterdag, is het aanbod aan elektriciteit gering en de vraag hoog. Dus is stroom dan duurder. Als de batterij bij het ADO stadion op dat moment vol is, en het duurt nog lang voordat er een wedstrijd komt, kan de voetbalclub de stroom ook verkopen. Als er een stroomtekort dreigt op het net, kan Tennet de batterij inschakelen. Daar staat een vergoeding tegenover.

Koelhuis gaf het goede voorbeeld
Scholt Energy uit Valkenswaard begon in 2005 met het inspelen op prijsverschillen. ‘We verkochten softwaresystemen om de temperatuur in koelhuizen te reguleren’, zegt Frank van Gastel, financieel directeur van dat bedrijf. In zo’n koelhuis moet het -20 graden zijn. Wordt het -19, dan wil het koelhuis extra gaan koelen. ‘Als stroomprijzen op dat moment hoog liggen, kan zo’n thermostaat ook best wel even wachten tot -18. Dat scheelt energiekosten.’
Zeker voor grote bedrijven loont dit spel: weinig gebruiken als de stroom duur is, meer verbruiken als stroom goedkoop is. ‘Al kun je een lopende band natuurlijk niet langzamer laten draaien omdat stroom duur is’, zegt Van Gastel.

Tuinbouw kan goed ‘spelen’ met stroom
Een typische sector waar dat wel kan is de tuinbouw. De glazen metropool van het Westland heeft een permanente dorst naar stroom en warmte. En een tomaat groeit prima door als de lampen een uurtje uit staan. Zo ontstonden bedrijven die energie van derden verzamelen en daarin arbitreren. Zogeheten aggregators. Dat zijn softwaregedreven handelsplatforms. Zij bundelen de energievraag van grootverbruikers en verhandelen die elektriciteit.

Gemalen zijn ook flexibel
Sommige waterschappen schakelen aggregators in, zegt Frank van Os van Powerhouse, een bedrijf uit Almere dat eigendom is van Essent. ‘Gemalen moeten pompen. Maar het moment waarop, is niet altijd van belang.’ Dus omdat de stroomprijs laag is, wordt er een slootje in een weiland leeggepompt? En wanneer de elektriciteitsprijs hoog is, wordt het pompen uitgesteld en staat er meer water in datzelfde slootje? Van Os: ‘Dat zou zo maar kunnen.’
Slimme meters, blockchain, internet of things: uiteindelijk wordt de prijs van stroom beter zichtbaar en zullen mensen zich daar naar gedragen. Dat is althans de achterliggende gedachte. De vraag is alleen hoeverre dat doorsijpelt naar het persoonlijke leven. Want voor een besparing van twee kwartjes zullen de meeste mensen een wasbeurt niet uitstellen.
Aggregators zullen alleen slagen als zij veel ‘gedoe’ bij de mensen weghalen, zegt Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen. De handelsplatformen vergen complexe software die enorme hoeveelheden data kan analyseren. ‘Elke consument die iets minder of meer verbruikt, kan soms winst zijn voor een leverancier.’

Het loont voor de consument nog niet
Op dit moment vermoedt hij dat het voor individuele consumenten nog niet loont om in te spelen op de prijsverschillen in de stroommarkt. ‘Wat zijn de besparingen op jaarbasis? Volgens mij is € 100 al veel. Het gedoe om alles te regelen weegt dan niet op tegen dit prijsvoordeel’.
Maar op termijn zal dit bundelen van kleine beetjes stroom ook voor individuele huishouden wel degelijk interessant worden, zegt de hoogleraar. Over vijftien jaar zijn de kolencentrales dicht. ‘Om het stroomnet in balans te houden moet producenten of consumenten hun gebruik aanpassen.’ Dus loont het om te handelen in gigantische hoeveelheid heel kleine beetjes elektriciteit. Voorwaarde voor de aggregators is dat ze enorme klantenbestanden… lees verder bij de bron.

Bron: FD.nl